Voor een flink deel van de zzp’ers blijft er aan het eind van de maand te weinig over om een pensioen op te bouwen of een arbeidsongeschiktheidsverzekering te betalen. Dat blijkt uit onderzoek van ING onder ruim vijfhonderd zzp’ers en mkb’ers, waarover het AD op 15 oktober berichtte. Een deel zegt dat de premie voor een AOV te hoog is, een ander deel houdt simpelweg niets over. Ook verduurzaming schuift naar achteren. Over de investeringskant van dit onderzoek schreven we eerder deze week al in ons stuk over het ondernemersvertrouwen. Hier gaat het om een andere vraag. Als je niet alles kunt regelen, wat regel je dan eerst?
Waarom de volgorde uitmaakt
Pensioen, verzekering en buffer worden vaak in één adem genoemd, alsof het drie vinkjes zijn op hetzelfde lijstje. Dat zijn ze niet. Ze dekken risico’s die heel verschillend uitpakken. Als je over twintig jaar minder pensioen hebt dan je hoopte, heb je nog AOW en een paar jaar om bij te sturen. Als je volgend jaar langdurig uitvalt, valt je inkomen direct weg en heb je als zzp’er geen werkgever die doorbetaalt. Het ene is een tekort later, het andere een gat nu.
Daarom zou ik de beschikbare ruimte niet gelijk verdelen, maar in een vaste volgorde vullen. Hieronder de volgorde die ik zelf zou aanhouden, met de kanttekening dat jouw situatie kan afwijken. Een zzp’er met een partner met vast inkomen kan meer risico dragen dan iemand die alleen de vaste lasten betaalt.
Eerst wat je hoe dan ook kwijt bent
Stap één is geen keuze. Zet de belasting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw apart op het moment dat een klant betaalt. Wie dat niet doet, betaalt het later alsnog, en dan vaak op het slechtste moment. Klopt je voorlopige aanslag niet meer met wat je verdient, pas hem dan aan. Hoe dat werkt, lees je in ons stuk over de voorlopige aanslag aanpassen.
Stap twee is een kleine buffer voor je vaste lasten, zakelijk en privé. Een paar maanden is genoeg om een slechte maand of een te late betaler op te vangen zonder dat je meteen in de problemen komt. Zonder die buffer gaat elke premie die je later betaalt bij de eerste tegenvaller weer over de schutting.
Dan je inkomen bij ziekte
Stap drie is het risico dat je inkomen wegvalt doordat je ziek wordt. Dat is wat mij betreft de belangrijkste stap van het lijstje, juist omdat zoveel zzp’ers hem overslaan. Een volledige AOV is niet de enige manier. Je kunt een AOV kiezen met een langere wachttijd of een lager verzekerd bedrag, wat de premie drukt. Je kunt deelnemen aan een broodfonds, waarin zelfstandigen elkaar de eerste periode van ziekte onderling bijstaan. Of je combineert die twee. Wat de opties zijn, staat in ons stuk over ziek worden als zzp’er, en wat een AOV precies oplevert in ons stuk over de AOV.
Houd er rekening mee dat er een verplichte verzekering aankomt. Het wetsvoorstel voor een basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen ligt sinds maart 2026 bij de Tweede Kamer. Volgens het voorstel keert de publieke verzekering na een wachttijd van 104 weken maximaal het wettelijk minimumloon uit, en mag je ook kiezen voor een private verzekering die aan de eisen voldoet. Wanneer hij ingaat, is nog niet zeker. Dat is geen reden om te wachten. Die eerste twee jaar ziekte vangt de basisverzekering niet op, en precies daar zitten buffer en broodfonds.
Daarna pas pensioen
Stap vier is pensioen, en daar hoeft het niet meteen om grote bedragen te gaan. Het fiscale voordeel zit in de jaarruimte. Volgens de Belastingdienst is de jaarruimte sinds 2023 gebaseerd op 30 procent van het inkomen waarover je pensioen opbouwt. Binnen die ruimte mag je inleggen in een lijfrente en die inleg aftrekken. Bouw je daarnaast via een werkgever pensioen op, dan gaat daar een correctie vanaf. Niet benutte ruimte uit eerdere jaren kun je onder voorwaarden later alsnog gebruiken via de reserveringsruimte.
Dat laatste maakt pensioen voor zzp’ers met wisselende inkomsten goed te plannen. Leg in magere jaren een klein vast bedrag in, en vul in een goed jaar aan. Zo bouw je toch iets op zonder dat je vaste lasten oplopen. Welke rol de nieuwe box 3-plannen voor je oudedagsvoorziening spelen, lees je in ons stuk over box 3 en je pensioen.
Verduurzaming komt pas daarna, met een uitzondering. Bespaart een maatregel direct op je energierekening, dan verdient hij zichzelf terug en hoort hij eigenlijk bij je bedrijfsvoering, niet bij je spaarpot.
De andere kant van dezelfde som
Het onderzoek van ING liet ook zien waarom er zo weinig overblijft. Volgens het AD verhoogde maar vier op de tien zzp’ers hun prijzen om de gestegen kosten op te vangen. Wie zijn tarief niet aanpast, betaalt de stijging uit zijn eigen inkomen, en dan is er voor premie of pensioen inderdaad geen ruimte. Voor veel zzp’ers zit de oplossing daarom niet in een slimmere verzekering, maar in een hoger tarief. Hoe de inflatie van dit moment doorwerkt in je prijzen, lees je in ons stuk over inflatie en je tarieven.
