Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
ondernemen

Ziek als zzp’er: wat je in Nederland regelt om je inkomen op te vangen

Zieke ondernemer met een kop thee achter zijn laptop aan de keukentafel

Ziek zijn als zzp’er voelt vaak als een luxe die je je niet kunt veroorloven. Geen werkgever die doorbetaalt, een opdrachtgever die op je rekent en een factuur die pas komt als het werk af is. Dus werk je door, met koorts achter de laptop of met een zere rug op de steiger. In België is dat nu met cijfers onderbouwd, en dat is een goed moment om te kijken hoe het hier zit en wat je vandaag al kunt regelen.

Wat er in België speelt

Volgens Trends werken Belgische zelfstandigen gemiddeld 22 dagen per jaar door terwijl ze ziek zijn, uit angst voor inkomensverlies en uit onwetendheid over hun rechten. De Tijd meldt dat bijna de helft van de zelfstandigen daar niet weet dat ze recht hebben op een ziekte-uitkering, en dat minder dan een op de vijf er ooit gebruik van maakte.

Dat laatste is het belangrijke verschil met Nederland. Een Belgische zelfstandige bouwt via de verplichte sociale bijdragen wel degelijk een recht op een uitkering op, hij gebruikt het alleen te weinig. Een Nederlandse zzp’er heeft dat recht in de basis niet. Wie hier ziek wordt, krijgt niets automatisch. De Belgische cijfers gaan over België, en ik ga er niet van uit dat Nederlandse zzp’ers precies even vaak doorwerken. Maar wie hier rondkijkt, herkent het patroon.

Wat je in Nederland niet krijgt

Een werknemer die ziek wordt, krijgt tot twee jaar loon doorbetaald. Voor de zelfstandige bestaat zoiets niet. Er is geen Ziektewet-uitkering voor ondernemers en geen werkgever die bijspringt. Zolang je niet zelf iets hebt geregeld, is je inkomen bij ziekte nul, terwijl je vaste lasten gewoon doorlopen. Je huur of hypotheek, je zorgverzekering, je telefoonabonnement, de lease van je bus en de software waar je per maand voor betaalt.

Wat er wel is, is een vangnet onderaan. Raak je echt in de problemen, dan kun je bij je gemeente aankloppen voor bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Dat is bedoeld als laatste redmiddel en kent een toets op je situatie en je bedrijf. Het is geen plan, het is een noodrem.

De kloof zit in de eerste weken en maanden

Over langdurige arbeidsongeschiktheid is de laatste tijd veel geschreven, en terecht. In ons stuk over wat een AOV je als zzp’er oplevert staan de keuzes rond wachttijd, verzekerd bedrag en beroepsdekking op een rij. Maar de Belgische cijfers gaan over iets anders. Het gaat om de griep van een week, de hernia van twee maanden, de burn-out die langzaam binnensluipt. Precies de periode waarin een AOV met een lange wachttijd nog niets uitkeert.

Ook de verplichte basisverzekering die eraan komt, verandert daar weinig aan. Volgens KVK krijg je bij die verzekering de eerste twee jaar van je ziekte geen geld uitbetaald. Daarna volgt een uitkering van maximaal het minimumloon. De invoering verwacht de minister rond 2030, en het voorstel moet nog door de Tweede en de Eerste Kamer. Wie denkt dat de overheid het straks oplost, heeft dus voor de eerste twee jaar nog steeds zelf iets nodig.

Zo vang je kort verzuim op

Er zijn grofweg drie bouwstenen, en de meeste zzp’ers combineren er twee.

  • Een buffer op een aparte rekening. Reken niet in omzet, maar in wat je per maand privé nodig hebt plus de vaste kosten van je bedrijf. Drie maanden is een redelijk begin, zes maanden geeft echt rust. Zet het geld apart van je belastingreservering, anders gebruik je het twee keer.
  • Een broodfonds of schenkkring. Een groep ondernemers die elkaar bij ziekte een maandelijkse schenking geeft. Dat dekt juist de korte en middellange uitval goed, en hooguit twee jaar. Het werkt alleen als je erin stapt voordat je ziek bent.
  • Een AOV met een korte wachttijd. Een wachttijd van een maand kost meer premie dan een van een jaar, maar dan ben je ook bij een middellange uitval gedekt. Voor wie lichamelijk werk doet, weegt dat zwaarder.

Mijn eigen voorkeur voor de meeste starters is een buffer voor de eerste maanden, een broodfonds daarachter en een AOV met een lange wachttijd voor het echte rampscenario. Dat houdt de premie te overzien en laat geen gat open.

Afspraken met je opdrachtgevers

Doorwerken uit angst gaat vaak minder over geld dan over de relatie met je klant. Je wilt niet de zzp’er zijn die uitvalt. Daar helpt het om van tevoren iets vast te leggen. Neem in je offerte of algemene voorwaarden op wat er gebeurt bij ziekte of overmacht. Kun je een vervanger inzetten, schuift de deadline op, of mag de opdrachtgever de opdracht dan elders onderbrengen? Wie dat vooraf regelt, hoeft het gesprek niet met koorts te voeren.

Een netwerk van collega’s die elkaar vervangen, is daarbij goud waard. Bovendien past vrije vervanging bij zelfstandig ondernemen, een punt dat in de discussie over de nieuwe zzp-regels steeds terugkomt.

Wat je deze maand kunt doen

Je hoeft niet alles tegelijk te regelen. Begin met de vraag hoeveel weken je zonder inkomen kunt. Weet je dat niet precies, dan is dat al het antwoord. Zet daarna een vast bedrag per maand opzij, kijk of er bij jou in de buurt een broodfonds is met plek, en vraag een offerte voor een AOV met de wachttijd die bij je buffer past.

En als je toch ziek wordt, stop dan. Een week doorwerken met griep levert zelden goed werk op en rekt je herstel vaak alleen maar op. De Belgen werken gemiddeld 22 dagen per jaar ziek door. Ik denk niet dat iemand daar beter van wordt, het bedrijf het minst.