Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
ondernemen

Hard oordeel over de Zelfstandigenwet: wat betekent meer onzekerheid voor jou?

Zelfstandige bekijkt aan een bureau documenten met een laptop in een modern kantoor

De Zelfstandigenwet moet zzp’ers en opdrachtgevers duidelijkheid geven, maar volgens het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) kan hij in de huidige vorm juist nieuwe onzekerheid en meer regeldruk opleveren. De Volkskrant meldde dat vandaag en het ANP zette het ook op een rij, onder meer in het Reformatorisch Dagblad.

Begin oktober schreef ik over de vrees dat de veilige haven een harde inhuureis wordt, en vorige week over de 85 procent negatieve consultatiereacties. Nu ligt er dus ook een oordeel van een onafhankelijke adviseur. De vraag voor jou is niet of het wetsvoorstel mooi is, maar wat dit oordeel verandert aan wat je vandaag doet. Het antwoord hangt af van in welke groep je valt.

Wat het adviescollege precies zegt

Het ATR kijkt naar de uitwerking van wetsvoorstellen om onnodige regeldruk te voorkomen. Volgens het ANP maakt het ministerie niet duidelijk wat de nieuwe regels toevoegen. Ook met de nieuwe wet wordt volgens het ATR pas achteraf duidelijk of iets verkapte loondienst is of zzp-werk. Bovendien zijn de doelen niet helder genoeg opgeschreven om later te kunnen zeggen of de wet werkt, en is niet aangetoond dat minder ingrijpende alternatieven zijn overwogen. Als voorbeeld noemt het college gerichte voorlichting over wanneer iets als zzp-klus geldt. Op al die punten vraagt het om extra informatie.

Dat het ATR kritisch is, is niet nieuw. Volgens de Volkskrant kreeg ook het wetsvoorstel van het vorige kabinet al het zwaarste oordeel. Pijnlijk is het hier omdat minder regeldruk en meer duidelijkheid juist tot de doelen van dit voorstel horen.

Waar die onzekerheid voor jou zit

Het voorstel werkt met twee toetsen, de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Voldoe je aan alle criteria en breng je ze ook in de praktijk, dan zit je in de veilige haven. Het oordeel van het ATR raakt drie groepen verschillend.

Zit je ruim binnen die haven, dan is de wet voor jou wel degelijk winst. Dat is ook het punt waar minister Aartsen op wijst. Je hebt dan iets om je opdrachtgever te laten zien en je hoeft geen boetes of naheffingen te vrezen, zolang de praktijk overeenkomt met wat je hebt ingevuld.

Haal je niet alle criteria, bijvoorbeeld door de eis van drie opdrachtgevers, dan verandert er voor jou in de kern weinig. Je valt terug op het huidige kader, waarbij naar alle omstandigheden samen wordt gekeken. Dat is precies het kader dat al jaren voor onzekerheid zorgt. Het ATR spreekt hier van een mogelijke dubbele toets, want je doet eerst de nieuwe check en daarna alsnog de oude. Daar komt bij dat een opdrachtgever die alleen zekerheid wil, de nieuwe toets als drempel kan gaan gebruiken. Dat laatste is mijn inschatting en staat niet in het advies, maar het is dezelfde zorg die ik in het stuk over de veilige haven beschreef.

De derde groep is de zzp’er bij wie de opdracht in de loop van de tijd verandert. Dat zijn er nogal wat. Je krijgt er taken bij, het team verandert, je werkt ineens vaker op locatie. Wijzigt er iets in de relatie, dan zouden jij en je opdrachtgever eigenlijk opnieuw naar de toetsen moeten kijken. Het ATR noemt het ‘onnodig belastend’ als dat bij iedere wijziging moet. Het onderliggende punt is dat schijnzelfstandigheid pas blijkt uit hoe het werk feitelijk wordt gedaan, en dat staat vooraf niet vast. Een ingevulde toets is dus een momentopname en geen vrijbrief.

Wat de minister ermee doet

Aartsen laat volgens de Volkskrant weten dat hij het advies kritisch heeft gelezen. Hij blijft erbij dat het voorstel juist minder regeldruk oplevert en dat een grote groep zzp’ers meer duidelijkheid krijgt. Een advies van het ATR is geen veto. Eerder beloofde hij al dat de wet nog wordt aangepast, en de consultatie gaf daar alle aanleiding toe. Reken er dus op dat de criteria nog kunnen schuiven, maar niet dat het voorstel verdwijnt.

De tijdlijn verandert voorlopig niet. Het voorstel moet nog langs de Tweede en Eerste Kamer en kan volgens de Volkskrant op z’n vroegst in 2028 ingaan. Dat is voor jou de belangrijkste zin uit het hele verhaal, want tussen nu en 2028 zit nog wel een andere datum.

Wat je nu regelt

In 2026 legt de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid nog geen verzuimboetes op. Vanaf 1 januari 2027 is de handhaving weer regulier, zo vat ZiPconomy het samen. De komende jaren draait het dus gewoon om de bestaande regels en de rechtspraak, ongeacht hoe de discussie over de nieuwe wet afloopt. Wachten op duidelijkheid uit Den Haag heeft daarom weinig zin. Waar de fiscus straks op let, staat in mijn stuk over de dossiers voor 2027.

Praktisch komt het volgens mij op twee dingen neer. Maak voor iedere lopende opdracht een korte beschrijving van hoe het werk écht gaat, wie bepaalt wat je doet, hoe je wordt afgerekend en of je zelf risico loopt. Dat is hetzelfde materiaal dat je nodig hebt voor het huidige kader én voor de toetsen van straks, dus dat werk is nooit weggegooid. Leg vervolgens veranderingen vast op het moment dat ze gebeuren. Komt er een nieuwe taak bij of gaat de opdrachtgever meer sturen, zet dat dan in een mail en kijk of je afspraken nog kloppen. Daarmee vang je precies het risico af waar het ATR op wijst.

Praat daarnaast met je opdrachtgever voordat die zelf conclusies trekt uit de koppen van vandaag. Veel terughoudendheid komt uit angst, zoals ik eerder schreef in het stuk over geruststellen. Het afwegingskader van de Belastingdienst is daarbij nu de bruikbare basis. Dat de nieuwe wet ter discussie staat, verandert niets aan de vraag waar het vandaag om gaat, namelijk of jullie samenwerking in de praktijk klopt.