De Zelfstandigenwet is bedoeld om zzp’ers en opdrachtgevers meer zekerheid te geven. Wie aan een reeks voorwaarden voldoet, komt in een zogeheten veilige haven terecht en hoeft niet te vrezen voor schijnzelfstandigheid. Op papier is dat een extra route, geen verplichting. Maar een flink deel van de zzp’ers verwacht dat het in de praktijk anders uitpakt. Hun zorg is dat opdrachtgevers alleen nog zaken willen doen met wie aantoonbaar in die haven ligt.
Die zorg komt uit een peiling van Knab onder 1.068 zelfstandigen, gehouden van 1 tot en met 5 oktober 2026. Het nieuws werd op 7 oktober breed opgepikt, onder meer door Accountancy Vanmorgen. In dit stuk lees je wat de veilige haven precies is, waarom zzp’ers zich zorgen maken en wat je nu al kunt doen.
Hoe de veilige haven werkt
Het wetsvoorstel, dat het kabinet op 1 oktober in internetconsultatie bracht, werkt met twee toetsen. Hoe die in elkaar zitten, lees je uitgebreid in ons stuk over de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Kort samengevat kijkt de eerste toets naar hoe je je als ondernemer gedraagt, los van een bepaalde opdracht. Denk aan een inschrijving bij de KVK, een btw-nummer, een aparte zakelijke rekening, minimaal drie opdrachtgevers in het lopende en het vorige kalenderjaar, en een jaarlijks minimumbedrag aan voorzieningen zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen. Hoe hoog dat bedrag wordt, staat nog niet vast.
De tweede toets gaat over de opdracht zelf. Willen beide partijen echt geen arbeidsovereenkomst, bepaal jij hoe, waar en wanneer je het werk doet, en werk je voor eigen rekening en risico? Voldoe je aan beide toetsen, dan zit je in de veilige haven. Volgens Rendement betekent het omgekeerde niet dat je geen zzp’er meer kunt zijn. Wie niet aan een of beide toetsen voldoet, valt terug op het bestaande toetsingskader dat de Hoge Raad in de Deliveroo-zaak heeft neergezet. De wet moet op 1 januari 2028 ingaan, zonder overgangsregeling.
Waarom een vrijwillige route toch een eis kan worden
Hier zit de kern van de onrust. Een opdrachtgever die zich zorgen maakt over een naheffing, kiest het liefst voor zekerheid. En de makkelijkste manier om die zekerheid te krijgen, is alleen nog zzp’ers in te huren die aantoonbaar door beide toetsen komen. Dan wordt de veilige haven geen vangnet maar een toegangskaartje. Knab-onderzoeker Casper Zwart verwoordt het zo dat de route naar zekerheid dan een harde toegangseis tot opdrachten wordt.
Ik vind die vrees terecht. We zagen het de afgelopen jaren al bij de handhaving op schijnzelfstandigheid. Volgens het onderzoek zegt 40 procent van de ondervraagde zzp’ers dat ze opdrachten zijn misgelopen of zagen stoppen door onzekerheid bij inhuur. Een grote organisatie met een inkoopafdeling en een jurist gaat geen extra risico lopen als er een checklist bestaat die dat risico wegneemt. Dat de wet zegt dat je ook buiten de haven zelfstandig kunt zijn, helpt je weinig als de inkoper het formulier niet doorlaat.
Wie het hardst wordt geraakt
De eis van drie opdrachtgevers is het grootste struikelblok. Volgens de peiling van Knab had 30 procent van de ondervraagden in 2025 en 2026 samen minder dan drie opdrachtgevers. In de ICT is dat 69 procent. Dat is logisch, want een ontwikkelaar of architect zit vaak maanden of zelfs jaren op één groot project. Het is geen toeval dat 73 procent van de ICT’ers in de peiling tegen het voorstel is. In de zorg en de creatieve sector ligt dat lager, met 41 en 43 procent tegen.
Over de hele groep stemt 53 procent van de ondervraagde zzp’ers tegen het voorstel, 19 procent voor en 28 procent twijfelt. Een kanttekening is wel op zijn plaats. De peiling is gehouden onder klanten en volgers van Knab en is niet gewogen. Het is dus een signaal, geen representatief beeld van alle zelfstandigen in Nederland.
Niet alles in het voorstel valt slecht. Ruim negen op de tien ondervraagden steunen de eis dat je zelf bepaalt hoe je je werk doet, en 89 procent vindt een aparte zakelijke rekening prima. Wie nog geen zakelijke rekening heeft, kan dat punt dus alvast afvinken.
Wat dit betekent voor je opdrachten
De wet is er nog niet, en tot 29 oktober 2026 kun je reageren op het voorstel. Hoe dat werkt, lees je in ons stuk over je mening laten horen in de internetconsultatie. Werk je met één grote klant, dan is dit het moment om dat te doen, want juist jouw situatie is de zwakke plek in het voorstel.
Daarnaast loont het om nu al na te gaan hoe je ervoor staat.
- Tel je opdrachtgevers over dit jaar en vorig jaar. Kom je onder de drie, kijk dan of je naast je grote opdracht een paar kleinere klussen kunt aannemen.
- Zet je voorzieningen op een rij. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenopbouw en een aansprakelijkheidsverzekering tellen straks mogelijk mee.
- Leg vast hoe je werkt. Afspraken over wie bepaalt hoe en wanneer je werkt en wie het risico draagt, zijn ook buiten de veilige haven je beste bewijs.
- Praat met je opdrachtgever. Vraag hoe hij straks gaat inhuren. Een opdrachtgever die nu al zegt alleen nog met de veilige haven te werken, laat je zien waar je aan toe bent.
Een opdrachtgever die twijfelt, kun je vaak met feiten geruststellen. Hoe je dat aanpakt, beschreven we in ons stuk over angst bij opdrachtgevers. Maar de echte oplossing ligt bij de wetgever. Als de veilige haven een extra route moet blijven, dan moet het kabinet opdrachtgevers ook zekerheid geven buiten die haven. Anders schuift de wet het risico gewoon door naar de zzp’er met één goede klant.
