Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
ondernemen

Schijnzelfstandigheid in 2027: op deze dossiers let de Belastingdienst scherper

Ondernemer bekijkt facturen en contracten aan een bureau

Over twee maanden wordt het toezicht op schijnzelfstandigheid gewoon dagelijks werk voor de Belastingdienst. Fiscalisten van De Bedrijfsfiscalist zetten vandaag op Consultancy.nl op een rij waar een inspecteur vanaf 1 januari 2027 als eerste gaat kijken. Ze noemen vier soorten opdrachten. Wie met zzp’ers werkt, herkent er vrijwel zeker een in zijn eigen administratie. En wie als zzp’er werkt, zit vaak zelf in een van die vier.

Wat er op 1 januari 2027 verandert

De regels zelf zijn niet nieuw. Wat verandert, is hoe hard er wordt opgetreden. Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst weer correctieverplichtingen en naheffingen loonheffingen opleggen, en die naheffing gaat volgens de Belastingdienst terug tot 1 januari 2025. In 2026 kunnen er vergrijpboetes komen bij opzet of grove schuld, maar nog geen verzuimboetes. Volgens De Bedrijfsfiscalist eindigt die overgangsfase per 2027 en kunnen ook verzuimboetes weer. Een boekenonderzoek in 2027 kijkt dan over drie volle jaren: 2025, 2026 en 2027.

Dat laatste is het punt dat ik veel ondernemers nog niet hoor noemen. Een opdracht die je in 2025 bent begonnen en nooit hebt bekeken, telt gewoon mee. Een nieuw contract op 1 januari repareert niets aan de jaren ervoor.

De vier opdrachten waar de inspecteur op let

De interim-kracht die eigenlijk een collega is

Iemand die al jaren op uurbasis bij je werkt, hetzelfde werk doet als je vaste mensen, geen vooraf afgesproken resultaat heeft en zich niet mag laten vervangen. Dit is het klassieke beeld van schijnzelfstandigheid. Hier moet je per persoon kiezen: een tijdelijk contract, inlenen via een partij die de regels op orde heeft, of een opdracht die echt zelfstandig is, met een omschreven resultaat en eigen middelen.

De oud-werknemer die terugkomt als zzp’er

Dezelfde stoel, dezelfde leidinggevende, hetzelfde werk, alleen nu met een factuur. Denk aan een gepensioneerde specialist die nog wat uren draait, of een parttimer die extra uren via een eigen bedrijfje factureert. De fiscalisten raden aan om je crediteurenlijst naast je personeelsgegevens van de afgelopen jaren te leggen. Een afkoelperiode tussen dienstverband en opdracht heeft volgens hen geen juridische betekenis. Is er inhoudelijk niets veranderd, dan is een arbeidscontract meestal goedkoper dan een naheffing.

Inhuren via een bemiddelaar

Veel ondernemers denken dat het risico bij het bureau ligt als ze via een bemiddelaar inhuren. De inspecteur kijkt daar doorheen, naar wie het werk feitelijk aanstuurt. Werkt de zzp’er onder jouw leiding en toezicht, dan is het bureau eigenlijk een uitlener en ben jij als inlener mee aansprakelijk voor loonheffing en btw. Hoe die rol in de nieuwe wetgeving uitpakt, lees je in ons stuk over de intermediair in de Zelfstandigenwet. Daar komt bij dat uitleners vanaf 2027 een toelating onder de Wtta nodig hebben, en dat er vanaf 2028 ook wordt gehandhaafd bij de inleners. Vraag je bureau dus nu of het daar klaar voor is, en of het een g-rekening en een verklaring betalingsgedrag heeft.

De manager met een eigen bv

Na een overname blijft een directeur vaak aan via een managementovereenkomst met zijn holding, soms met een klein aandelenbelang. De Bedrijfsfiscalist wijst op een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 oktober 2025, waarin een bestuurder met minder dan 30 procent van de aandelen toch in dienstbetrekking bleek te zijn. De holding en de managementovereenkomst veranderden daar niets aan. Wie zelf als dga via een werk-bv werkt, vindt in dit stuk over de werk-bv en de Wtta wat er voor hem verandert.

Wat het kan kosten

De fiscalisten rekenen een voorbeeld door van een interim-kracht die vanaf 2025 150.000 euro per jaar factureert en in 2027 bij een boekenonderzoek boven water komt. Omdat er geen kopie van het identiteitsbewijs is, geldt het anoniementarief van 52 procent. Over drie jaar komt de naheffing dan volgens hun berekening boven de 450.000 euro uit, en met boete en btw-correctie op 600.000 tot 800.000 euro. Dat is een voorbeeld en geen gemiddelde, maar het laat zien waarom een ontbrekend kopietje ID meer kost dan je zou denken. De rekening komt bij de opdrachtgever te liggen, niet bij de zzp’er.

Zo pak je het voor de jaarwisseling aan

Begin met een lijst van iedereen die als persoon of via een bv zonder personeel voor je werkt, inclusief inhuur via bureaus en managementovereenkomsten. Verdeel ze in drie stapels: duidelijk zelfstandig, duidelijk werknemer, en twijfel. De tweede en derde stapel verdienen je aandacht, en dan eerst de opdrachten met de grootste bedragen. Leg per opdracht vast wat je besluit, bewaar de identiteitsgegevens van de mensen die je inhuurt en zet in je agenda wanneer een opdracht langer dan een jaar loopt.

Hoe je zo’n relatie zelf toetst, staat in ons stuk over het afwegingskader van de Belastingdienst. Ben je zzp’er, kijk dan met dezelfde ogen naar je eigen opdrachten. Een opdrachtgever die in december ineens schrikt, zegt liever een opdracht op dan dat hij het risico draagt, en dan zit jij in januari zonder werk.

Ik vind het eerlijk gezegd goed dat dit zo concreet wordt. Vier herkenbare situaties zijn beter te behandelen dan een vaag gevoel dat er iets niet klopt. Het advies van de fiscalisten vat het kort samen: “Gedogen is de duurste optie.”