Veel zzp’ers werken niet als eenmanszaak maar via een eigen bv. Ze zijn directeur en enig aandeelhouder, en hun bv sluit de opdrachten af. Met de komst van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten, de Wtta, rijst een vraag die tot voor kort nauwelijks speelde. Valt zo’n werk-bv straks onder de toelatingsplicht, net als een uitzendbureau? Het antwoord is minder eenduidig dan de toezichthouder suggereert.
Wat de Wtta ook alweer regelt
Vanaf 1 januari 2027 mag je alleen nog arbeidskrachten aan een ander bedrijf uitlenen als je daarvoor een toelating hebt. De wet is bedoeld om malafide uitzendbureaus te weren. Bedrijven die al uitlenen kunnen zich vanaf 1 november 2026 melden voor een overgangsregeling. Vanaf 1 januari 2028 wordt gehandhaafd, en dan riskeren niet alleen uitleners zonder toelating een boete, maar ook de bedrijven die bij hen inlenen. Hoe de wet in het algemeen werkt, beschreven we eerder in de Wtta in vijf vragen.
Waarom de werk-bv nu in beeld komt
De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), die de toelatingen straks verleent, geeft op haar website een vuistregel. Een zzp’er die zelf bepaalt hoe hij werkt, valt er waarschijnlijk niet onder. Een directeur-grootaandeelhouder die via zijn eigen bv bij een opdrachtgever werkt, waarschijnlijk wel. Dat klinkt als een harde lijn op basis van de rechtsvorm.
Advocaat Joost van Ladesteijn van Vertex Legal zet daar op ZiPconomy vraagtekens bij. Volgens hem volgt de toelatingsplicht niet uit het feit dat je een bv hebt, maar uit de vraag of er echt sprake is van terbeschikkingstelling. Dat is het geval als jij als dga werkt onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. De bv zelf zegt daar niets over.
De vragen die de doorslag geven
Van Ladesteijn noemt drie vragen die je moet beantwoorden voordat je kunt zeggen of een werk-bv een toelating nodig heeft.
| Vraag | Waar het om gaat |
|---|---|
| Wie heeft met wie een contract? | Sluit de opdrachtgever het contract met jouw bv, met jou persoonlijk of via een bemiddelaar? |
| Is er een arbeidsverhouding? | Werk je als dga in loondienst van je eigen bv, en wordt jouw arbeid ter beschikking gesteld? |
| Wordt er echt uitgeleend? | Werk je onder leiding en toezicht van de opdrachtgever, of bepaal je zelf hoe je het werk doet? |
Die laatste vraag weegt het zwaarst, en daar spelen alle omstandigheden mee. Bepaal je zelf je werkwijze en werktijden, of krijg je instructies zoals een werknemer? Draai je mee in de organisatie van de opdrachtgever, met een plek in zijn team en zijn roosters? En wat staat er in het contract over wie de leiding heeft?
Werk je via een platform of bemiddelingsbureau?
Veel zzp’ers komen niet rechtstreeks bij een opdrachtgever binnen, maar via een bureau of platform dat in de keten zit. Ook dan begint alles bij dezelfde vraag, schrijft Chantal van Sprang op 6 november in Flexnieuws. Werk je onder leiding en toezicht van de opdrachtgever? Zo niet, dan is er geen sprake van uitlenen en heeft niemand in de keten een toelating nodig.
Werk je wel onder leiding en toezicht, dan kijkt de NAU wie jou bij de opdrachtgever plaatst. Dat kan je eigen bv zijn, maar ook de bemiddelaar. Die kan dan als uitlener worden aangemerkt, en dat geldt volgens het artikel zelfs als jij een eenmanszaak hebt. Met een werk-bv kan er zelfs een keten ontstaan waarin je bv de uitlener is en het bureau je doorleent. Een overeenkomst van opdracht op papier verandert daar weinig aan, want ook hier telt hoe er in de praktijk gewerkt wordt.
Voor bureaus en platforms is de timing daarom belangrijk. De aanmelding voor de overgangsregeling loopt van 1 november tot en met 31 december 2026. Wie daarna pas ontdekt dat hij onder de wet valt, heeft die regeling gemist. Vanaf 1 januari 2028 mag een opdrachtgever alleen nog inlenen bij een uitlener met een toelating, een ontheffing of een plek in de overgangsregeling, en kunnen beide partijen een boete krijgen. Twijfel je over je eigen keten, dan heeft de NAU een beslisboom op toelatinguitleenmarkt.nl.
Wat je als zzp’er met een bv nu doet
Ik vind het verstandig om de vuistregel van de NAU niet zomaar te volgen, maar ook niet weg te wuiven. Opdrachtgevers die bang zijn voor een boete, gaan straks vragen of je bv een toelating heeft. Dan wil je een goed verhaal hebben.
- Kijk per opdracht hoe het werk in de praktijk gaat, niet alleen wat er op papier staat.
- Leg in je contract vast dat jij bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd, en zorg dat het ook zo gaat.
- Werk je feitelijk als een gedetacheerde kracht, met een vaste plek in het team en dagelijkse aansturing, dan ligt een toelatingsplicht dichter bij.
- Vraag bij twijfel advies voordat de aanmeldperiode voor de overgangsregeling op 1 januari 2027 sluit.
Er speelt nog iets mee. Dezelfde vragen over leiding en toezicht komen terug in de discussie over schijnzelfstandigheid en in de nieuwe Zelfstandigenwet. Wie werkt onder leiding en toezicht van een opdrachtgever, heeft dus mogelijk twee problemen tegelijk. Wie echt zelfstandig werkt, staat op beide fronten sterker.
De komende maanden wordt waarschijnlijk duidelijker hoe de NAU in de praktijk met werk-bv’s omgaat. Tot die tijd geldt wat Van Ladesteijn zegt. De bv is niet het probleem, de manier waarop je werkt is de vraag.
