Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
financieel

Kabinet schrapt pensioenplicht in de Zelfstandigenwet: lijfrente telt mee, sparen niet

Zelfstandige rekent aan de keukentafel zijn financiën voor later door

Er komt geen pensioenplicht voor zelfstandigen. Dat meldde Pensioen Pro op 19 oktober. Zelfstandigen hoeven van het kabinet geen aparte voorziening voor hun oude dag te treffen. Wel telt pensioen in de tweede en derde pijler mee in het minimumbedrag dat zij straks jaarlijks aan voorzieningen voor ondernemersrisico’s moeten besteden, als ze onder de Zelfstandigenwet zekerheid willen.

Dat klinkt als goed nieuws voor wie liever zelf beslist, en dat is het ook. Maar het betekent niet dat pensioen er niet meer toe doet. Het verschuift van een verplichting naar een keuze die op twee plekken meetelt, in je eigen portemonnee later en in de manier waarop opdrachtgevers je straks bekijken. Ik loop hieronder langs wat er precies veranderd is, wat wel en niet meetelt, en wat je nu zelf regelt.

Van aparte pensioeneis naar één pot voorzieningen

Het verschil zit in de geschiedenis van het voorstel. Het oorspronkelijke initiatiefvoorstel uit 2025 had in de zelfstandigentoets vijf criteria, en daar stonden een voorziening tegen arbeidsongeschiktheid en een bijdrage aan pensioen als losse eisen in. In de versie die het kabinet op 1 oktober 2026 in internetconsultatie bracht, zijn die samengevoegd tot één criterium. Je besteedt jaarlijks een minimumbedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s, en je kiest zelf welke. Dat zet ZZP Nieuws overzichtelijk op een rij.

Het nieuws van 19 oktober bevestigt die lijn. Pensioen is geen eigen eis meer, maar een van de manieren om het minimumbedrag te halen. Wie al een flinke AOV betaalt, hoeft er voor de veilige haven dus niet per se nog een pensioenpremie bovenop te zetten. Wie geen AOV heeft maar wel trouw inlegt op een lijfrenterekening, kan met dat geld het bedrag ook halen.

Hoe hoog dat minimumbedrag wordt, staat nog niet vast. Het kabinet gaat uit van één bedrag voor alle zelfstandigen en gebruikt de consultatie, die nog loopt tot en met 29 oktober, juist om die hoogte te bepalen. Het precieze bedrag komt later in een algemene maatregel van bestuur. Minister Aartsen wil de wet op 1 januari 2028 laten ingaan. Waarom die veilige haven er komt en waarom veel zzp’ers bang zijn dat opdrachtgevers hem als harde eis gaan gebruiken, lees je in ons stuk over de veilige haven in de Zelfstandigenwet.

Wat meetelt en wat niet

Hier zit voor mij de belangrijkste les van het nieuws, en die staat niet in de kop. Niet alles wat je voor later opzij zet, telt mee. Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel kunnen de volgende uitgaven meetellen.

  • Een arbeidsongeschiktheidsverzekering.
  • Een voorziening voor inkomensverlies in de eerste twee jaar van ziekte, zoals een broodfonds of schenkkring.
  • Een pensioenvoorziening in de tweede of derde pijler, dus een pensioenregeling of een lijfrente.
  • Een bedrijfs- of beroepsaansprakelijkheidsverzekering.
  • Een bedrijfsschadeverzekering.
  • Een zakelijke rechtsbijstandverzekering.

Wat niet meetelt, is eigen vermogen of vastgoed als oudedagsvoorziening. Gewoon sparen of vrij beleggen voor later valt er dus buiten. En daar zit precies de groep die dit raakt. Bouw je je pensioen op met een spaarrekening, een beleggingsrekening of een tweede woning, dan kan dat fiscaal en financieel een prima keuze zijn. Voor het minimumbedrag van de Zelfstandigenwet telt het niet, en wie straks de veilige haven wil, moet zijn uitgaven dan via de lijst hierboven laten lopen.

Ik vind dat zelf een begrijpelijke keuze van het kabinet. Een spaarrekening kun je morgen leeghalen, een lijfrente niet. Maar het betekent wel dat de vrijheid die de kop belooft, een randje heeft.

Wat je nu zelf regelt

De wet geldt nog niet en het bedrag ligt nog niet vast. Toch kun je een paar dingen nu al op orde brengen, juist omdat de toetsen deels terugkijken naar het vorige kalenderjaar.

Begin met een overzicht van wat je per jaar al uitgeeft aan de voorzieningen uit de lijst. Tel je AOV-premie, je bijdrage aan een broodfonds, je lijfrente-inleg en je verzekeringen bij elkaar. Dat getal leg je straks naast het minimumbedrag, en dan weet je meteen of je erboven zit.

Kijk daarna naar de fiscale kant van pensioen. Inleg op een lijfrenterekening of in een lijfrenteverzekering mag je aftrekken, maar alleen tot je jaarruimte, en onbenutte ruimte uit eerdere jaren kun je via de reserveringsruimte nog inhalen. Hoe je die ruimte berekent, legt de Belastingdienst uit. Zo’n inleg doet straks dus twee dingen tegelijk. Je bouwt pensioen op met belastingvoordeel, en het telt mee voor de veilige haven. Twijfel je of je met box 3 beter af bent, lees dan ons stuk over het box 3-plan en je pensioen.

Vergeet ten slotte de arbeidsongeschiktheid niet. Los van de Zelfstandigenwet ligt er een wetsvoorstel voor een basisverzekering. Volgens de Rijksoverheid (maart 2026) kost die maximaal 171 euro bruto per maand, gebaseerd op het minimumloon van 2025, en geldt er een wachttijd van twee jaar. Die eerste twee jaar moet je zelf opvangen. Heb je niet genoeg ruimte om alles tegelijk te regelen, dan helpt ons stuk over wat je als zzp’er eerst regelt bij het kiezen van de volgorde.

Heb je een mening over de hoogte van het minimumbedrag, laat die dan horen in de consultatie. Die staat open voor iedere zelfstandige, en dit is het moment waarop het kabinet het bedrag nog vaststelt. Wie zijn pensioen nu met sparen of een tweede woning regelt, heeft daar alle reden toe.