Een opdracht die precies bij je past, en dan onderaan de aanvraag de zin dat zzp’ers niet in aanmerking komen. Jan-Willem Weijers, hoofdredacteur van ZiPconomy, kreeg dat in twee weken drie keer te zien, schreef hij op 21 oktober. Bij een aanvraag van de RDW werd hij via een platform als passende zzp’er gematcht, terwijl dezelfde mail zzp’ers uitsloot. Bij Rijkswaterstaat ging het via een broker om een opdracht die volgens hem alle kenmerken van zzp-werk had. En bij een derde overheidsinstelling stond de uitsluiting als eis in het aankoopsysteem, zonder dat de broker daarover mocht adviseren.
Zijn conclusie is dat opdrachtgevers niet de opdracht beoordelen maar de contractvorm, en dat tussenpartijen dat zonder tegenspraak uitvoeren. Ik vind dat een scherpe observatie, en ze verandert ook wat jij als zzp’er kunt doen. Want als het besluit niet bij de opdrachtgever ligt maar in een vinkje in een inkoopsysteem, heb je weinig aan een goed gesprek met de vakinhoudelijke manager.
Waar het besluit eigenlijk valt
Begin bij de vraag wie de zzp’er heeft uitgesloten. Weijers onderscheidt drie lagen. De opdrachtgever die uit angst voor de handhaving op schijnzelfstandigheid op zeker speelt. De broker of het platform (de MSP, die voor grote organisaties de inhuur regelt) die die wens doorgeeft zonder te adviseren. En een deel van die tussenpartijen dat er volgens hem zelf baat bij heeft, omdat ze een alternatief zoals detachering of een andere vorm van tijdelijke verloning aanbieden, soms onder een eigen label.
Voor jou maakt dat verschil uit. Is het een beleidskeuze van de opdrachtgever, dan zit er een afdeling inkoop of HR achter die je bijna niet bereikt. Is het een standaardinstelling bij de broker, dan is er soms meer ruimte dan de aanvraag doet vermoeden. Vraag de intercedent daarom altijd of de uitsluiting een uitdrukkelijke eis van de opdrachtgever is, of een standaard van het systeem. Dat is een gewone vraag, en het antwoord vertelt je of het zin heeft om door te zetten.
Wat je kunt doen als de deur half open staat
Als blijkt dat er ruimte is, maak het de opdrachtgever dan makkelijk. Weijers geeft de opdrachtgever het advies om bij de opdracht te beginnen en niet bij de contractvorm. Dat kun jij voor hem doen. Beschrijf in je reactie de opdracht als afgebakend resultaat met een eindpunt, niet als functie. Noem welke expertise je meebrengt die de organisatie zelf niet in huis heeft, en dat je daarvoor je eigen werkwijze en middelen gebruikt. Dat zijn precies de punten uit het afwegingskader waarvan de Belastingdienst opdrachtgevers aanraadt ze te langs te lopen en vast te leggen.
Lever die onderbouwing zelf aan, in een korte notitie die de intercedent kan doorsturen. Welke stukken je daarvoor klaar hebt liggen, van KVK-uittreksel tot polisblad van je verzekeringen, werkten we eerder uit in het stuk over een twijfelende opdrachtgever geruststellen. Het verschil met toen is dat je die notitie nu niet alleen voor de opdrachtgever schrijft, maar ook voor de tussenpartij. Zij moeten hem kunnen gebruiken om de vraag intern terug te leggen.
Als het alternatief detachering is
Soms komt de broker met een voorstel. Je kunt de opdracht wel doen, maar dan in dienst van het bureau, via detachering of een andere tijdelijke constructie. Dat is niet per definitie slecht. Het kan een manier zijn om bij een opdrachtgever binnen te komen die verder dicht zit. Maar reken het goed door. Je bent dan voor die opdracht werknemer, met loon in plaats van een factuur. Wat het bureau aan de opdrachtgever rekent en wat jij krijgt, kan ver uit elkaar liggen. En de uren tellen voor de ondernemersaftrek mogelijk niet meer mee, wat voor je urencriterium een probleem kan worden als het om een groot deel van je jaar gaat.
Vraag daarom altijd welk tarief de opdrachtgever betaalt en welk brutoloon je ervoor krijgt, en of je na afloop gewoon weer als zelfstandige verder kunt bij dezelfde klant. Een constructie die je een jaar uit je eigen bedrijf haalt, kost meer dan alleen dat ene contract.
Werk je al vaker via tussenpartijen, houd dan ook in gedachten dat zo’n partij in de nieuwe Zelfstandigenwet waarschijnlijk telt als één opdrachtgever, ook als je via die partij bij meerdere klanten werkt.
Waar je tijd beter zit
Eerlijk is eerlijk, bij een overheidsinstelling met een harde eis in het aankoopsysteem ga je het als individuele zzp’er niet winnen. Het slimste wat je daar kunt doen, is je tijd elders steken. Opdrachtgevers die zelf inhuren, zonder platform ertussen, zijn vaak makkelijker te overtuigen, omdat je met de beslisser zelf praat. Dat zijn vaak middelgrote bedrijven zonder eigen inkooporganisatie.
De handhaving zelf verandert intussen niet de toets. De kantonrechter in Roermond oordeelde onlangs nog dat een zzp’er in de zorg hetzelfde werk mag doen als een werknemer, omdat de rest van de werkrelatie op zelfstandig ondernemerschap wees. Dat bevestigt waar Weijers op hamert. Het gaat om hoe de opdracht is ingericht, niet om de vraag of je zzp’er bent. Wie dat in zijn aanbod helder maakt, haalt opdrachtgevers over die nog wel durven te kiezen.
