Kolven in een berghok of op het toilet. Het komt nog steeds voor, en MT/Sprout schreef in oktober over Nestpod, een kant-en-klare kolfruimte die werkgevers in hun pand kunnen zetten. Of je zo een oplossing nodig hebt, hangt af van je bedrijf. Wat je in elk geval moet regelen, staat in de wet, en die is voor een klein bedrijf even streng als voor een groot.
Wat de wet vraagt
Het voedingsrecht staat in hoofdstuk 4 van de Arbeidstijdenwet. Een werkneemster die borstvoeding geeft, mag gedurende de eerste negen levensmaanden van haar kind haar werk onderbreken om te kolven of te voeden, als ze je daarvan op de hoogte heeft gesteld. Dat mag zo vaak en zo lang als nodig is, tot samen maximaal een kwart van de arbeidstijd per dienst. Zij bepaalt het tijdstip en de duur, na overleg met jou.
Die tijd geldt als werktijd, en je betaalt het loon gewoon door. Je mag in een contract of reglement niet ten nadele van de werkneemster van deze regels afwijken. Zo een afspraak is nietig.
Daarnaast moet je als werkgever de gelegenheid bieden, en waar nodig een geschikte, afsluitbare en besloten ruimte beschikbaar stellen. Wat geschikt is, staat niet letterlijk in de wet. Volgens het advocatenkantoor Dirkzwager wordt in de praktijk uitgegaan van deze eisen.
- De ruimte is van binnenuit af te sluiten, zodat er privacy is.
- Het is een rustige, afgezonderde plek.
- Er staat een stoel, een rustbank of een opvouwbaar bed.
- Het klimaat is behaaglijk, met verse lucht.
- Er is een koelkast om de melk in te bewaren.
- De ruimte is hygiënisch en zonder schadelijke stoffen. Een toilet is daarom nooit geschikt.
Heb je geen geschikte ruimte, dan mag de werkneemster zelf een geschikte plek regelen. Dat klinkt als een uitweg voor de werkgever, maar het betekent in de praktijk vaak dat iemand naar huis rijdt of in de auto zit, en dat kost meer werktijd dan een kamer die gewoon klaarstaat.
Wat het je kost
De grootste kostenpost is niet de ruimte maar de tijd. Je betaalt tot een kwart van elke dienst door, negen maanden lang, terwijl er in die tijd niet wordt gewerkt. Bij een fulltimer kan dat neerkomen op twee uur per dag. Reken het mee in je planning, en niet alleen in je loonkosten. Wie neemt in die uren het werk over, en past het rooster daarop?
De ruimte zelf hoeft niet duur te zijn. In een klein kantoor is een spreekkamer of een kantoortje met een slot op de deur, een stoel en een kleine koelkast vaak genoeg, mits je het bezet kunt markeren en niemand er onaangekondigd binnenloopt. In een werkplaats, winkel of horecazaak is dat lastiger, en daar zie je dat kolven naar het magazijn of de kantine verschuift. Juist daarvoor zijn er losse units zoals die waar MT/Sprout over schreef, maar een afgeschermde hoek met een afsluitbare wand kan ook. Leg het in elk geval vast in je risico-inventarisatie, want het hoort bij de arbeidsomstandigheden.
Prijzen van zulke oplossingen verschillen sterk per aanbieder en uitvoering. Ik zou eerst kijken wat je met een bestaande ruimte kunt, en pas daarna naar een product.
Hoe je het bespreekbaar maakt
Veel werkneemsters vinden het lastig om erover te beginnen, en veel kleine werkgevers weten niet goed hoe ze het moeten aankaarten. Het helpt als je het onderwerp zelf aansnijdt voordat het verlof afloopt, in het gesprek over de terugkeer. Vraag of ze borstvoeding blijft geven, hoe ze het wil regelen, en laat zien welke ruimte er is. Dan hoeft niemand op de eerste werkdag te improviseren.
Maak geen uitzondering van iets wat een recht is. Een werkneemster die zich bezwaard voelt om te gaan kolven, gaat minder of stopt eerder, en dat is precies wat de wet wil voorkomen. Een duidelijke afspraak over tijden, waar ze terechtkan en wie haar werk opvangt, maakt het voor iedereen makkelijker.
Heb je net je eerste mensen in dienst, dan is dit een van de dingen die je pas tegenkomt als het speelt. Wat je verder regelt, staat in ons stuk over je eerste werknemer aannemen. En wil je weten hoe je andere lastige onderwerpen op de werkvloer bespreekt, lees dan ons stuk over lastige gesprekken met personeel.
