Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
financieel

Statushouders willen werken: zo neem je als ondernemer iemand aan

Sollicitatiegesprek aan een tafel bij een klein bedrijf

Zo’n tachtig statushouders en asielzoekers zaten onlangs aan kleine ronde tafels in het Rotterdamse Timmerhuis, tegenover werkgevers als Facilicom, het Rotterdam Marriott Hotel en Breman Installaties. NU.nl was erbij en schetst een beeld dat veel ondernemers zullen herkennen. De kandidaten willen dolgraag aan het werk, de bedrijven zoeken mensen, en toch blijft de Nederlandse taal de drempel.

De banenmarkt werd georganiseerd door Tent Nederland, een coalitie van 51 grote ondernemingen, samen met de gemeente Rotterdam. Die bedrijven namen vorig jaar volgens NU.nl 13.500 statushouders en asielzoekers in dienst. Grote werkgevers hebben er een afdeling voor. Als kleine werkgever sta je er meestal alleen voor, terwijl het in de praktijk minder ingewikkeld is dan veel ondernemers denken.

Statushouder of asielzoeker: dat verschil telt

De eerste vraag is welke papieren iemand heeft. Een statushouder heeft een verblijfsvergunning en mag gewoon werken. Op de vergunning staat “arbeid vrij toegestaan”, en dan heb je als werkgever geen tewerkstellingsvergunning nodig, legt de VNG uit. Je neemt zo iemand aan zoals elke andere werknemer, met een arbeidscontract, loonadministratie en een kopie van het identiteitsbewijs in je dossier.

Iemand die nog in de asielprocedure zit, is een ander verhaal. Op de achterkant van zijn identiteitsbewijs staat dan dat voor werk een tewerkstellingsvergunning vereist is. Die vraag je als werkgever aan bij het UWV, en zonder die vergunning mag de persoon niet bij je werken. Kijk dus altijd eerst naar het document, voordat je een afspraak maakt over een startdatum.

Verder geldt alles wat bij elke nieuwe werknemer geldt. Je meldt hem aan bij de Belastingdienst, betaalt minimaal het minimumloon of het cao-loon, en spreekt eventueel een proeftijd af binnen de wettelijke grenzen.

De taal is het echte werk

Statushouders moeten inburgeren en daarvoor Nederlandse les volgen. De Algemene Rekenkamer stelde vast dat werk en verplichte taalopleidingen voor veel statushouders lastig te combineren zijn, schrijft NU.nl. Dat hoorde de krant ook op de banenmarkt. De Syrische Zainab volgt les en zoekt een administratieve baan, maar vindt het combineren met werk lastig. De Irakees Haithem zit vier dagen per week in de les en wil daarna de bouw in.

Voor jou als werkgever zit hier de praktische vraag. Lestijden en werktijden moeten op elkaar passen, en daar kun je met de gemeente afspraken over maken. De gemeente begeleidt de inburgering en weet welke lesdagen vastliggen. Een contract voor drie dagen in de week, rond de lesdagen heen, is vaak haalbaarder dan een fulltime baan vanaf dag één.

Daarnaast is het de moeite waard om eerlijk te kijken naar je eigen vacature. Hélène van Melle van Tent Nederland zegt tegen NU.nl dat ze bedrijven probeert te overtuigen flexibel te zijn met taal en andere criteria. Volgens Stefanie Fernández van Leeuwen van de gemeente Rotterdam hoeft taal bij veel bedrijven geen barrière te zijn. Vraag je bij een functie in de schoonmaak, de keuken of het magazijn standaard vloeiend Nederlands? Dan sluit je mensen uit die het werk prima kunnen doen. Een collega die Engels spreekt of een paar vaste werkinstructies met plaatjes maken soms al het verschil.

Waar je hulp en geld vandaan haalt

Je hoeft dit niet alleen te regelen. Het Werkgeversservicepunt in je regio bemiddelt kandidaten en weet welke regelingen er bij jouw gemeente gelden. In een werkgeversfolder van Divosa staan onder meer de proefplaatsing, waarbij iemand een korte periode met behoud van uitkering bij je werkt voordat je een contract geeft, en een taalstage. Ook een taal- of jobcoach wordt volgens die folder bij bijna elke regeling kosteloos via de gemeente aangeboden. De precieze regelingen verschillen per gemeente. Zoek je breder naar personeel, dan helpt ook ons stuk over de Werkcentra die in elke regio komen.

Er is ook een landelijke subsidie, de Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders. Die is bedoeld voor extra begeleiding op de werkvloer, zoals vaktaal en wennen aan de bedrijfscultuur. In 2026 ging het om 3.000 euro per statushouder, met eenmalig 3.000 euro extra voor wie de regeling voor het eerst gebruikt, meldde Salaris van Morgen. Let op de timing. Het aanvraagtijdvak voor 2026 liep van 8 juni tot en met 30 september en is dus gesloten. Neem je nu iemand aan, houd dan de aankondiging van een volgend tijdvak in de gaten en bewaar je afspraken over begeleiding, want die heb je bij een aanvraag nodig.

Begin bij de motivatie

Freek van de Vaate van Buitengewoon, de sociale onderneming van Facilicom, zegt tegen NU.nl dat motivatie in het gesprek het belangrijkste is. Dat lijkt me voor een kleine werkgever nog meer waar dan voor een groot bedrijf. Bij jou valt het meteen op als iemand niet past, maar ook als iemand met plezier en inzet komt werken.

Mijn advies is om niet te wachten op de perfecte kandidaat met perfect Nederlands. Bel het Werkgeversservicepunt, vraag welke kandidaten er zijn, en stem lestijden en werktijden vanaf het begin af. Wie vandaag iemand een kans geeft met drie dagen werk, heeft over een jaar mogelijk een vaste kracht die de taal ook nog spreekt.