De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen komt er, maar niet snel. Het wetsvoorstel ligt sinds maart 2026 bij de Tweede Kamer, en die wacht nog op de antwoorden van de minister op haar vragen. Een ingangsdatum staat er niet in. Volgens de Raad van State kan het niet eerder dan 1 januari 2030, en mogelijk later. Dat zet De Zaak op een rij in zijn dossier, bijgewerkt op 22 oktober 2026.
Dat geeft tijd. Maar wie nu een eigen AOV heeft of er een overweegt, wil wel weten waar hij aan toe is. Een overzicht van wat een AOV je oplevert, lees je in ons stuk over de AOV voor zzp’ers. Hier gaat het om de verplichte variant.
Wat er in het wetsvoorstel staat
De wet heet officieel de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Hij geldt voor iedereen met winst uit onderneming in de inkomstenbelasting, met of zonder personeel. Dga’s, resultaatgenieters en meewerkende partners vallen er niet onder. Dit zijn de kernpunten volgens de ramingen in het voorstel.
| Onderdeel | Volgens het wetsvoorstel |
|---|---|
| Premie | Ongeveer 5,4 procent van je winst |
| Maximum | Premie over maximaal ongeveer 38.000 euro winst, zo’n 2.052 euro per jaar |
| Wachttijd | 2 jaar |
| Uitkering | 70 procent van je winst, tot maximaal het minimumloon, tot je AOW-leeftijd |
| Wanneer je uitkering krijgt | Alleen als je met geen enkel werk meer het minimumloon kunt verdienen |
| Ingang | Niet eerder dan 1 januari 2030 |
Met 25.000 euro winst betaal je volgens de rekenvoorbeelden 1.350 euro per jaar. Werk je daarnaast in loondienst, dan gaat je loon af van het maximum. UWV stelt het echte percentage en maximum pas vlak voor de start vast, dus reken de bedragen als indicatie.
Wat de basisverzekering niet doet
De regel in de tabel die ik het belangrijkst vind, is de onderste over de uitkering. Je krijgt alleen een uitkering als je met geen enkel werk meer het minimumloon kunt verdienen. Kun je je eigen vak niet meer doen, maar wel ander werk, dan keert de basisverzekering niet uit.
Een timmerman met een rugblessure die nog administratief werk zou kunnen doen, valt daar dus buiten. Veel particuliere AOV’s verzekeren juist je eigen beroep. Dat is een wezenlijk ander product. De verplichte verzekering is een bodem, geen vervanging van een goede polis, en ook het bedrag tot het minimumloon zegt genoeg. Wie met zijn bedrijf een hoger inkomen haalt en vaste lasten heeft die daarop zijn ingericht, komt met de basisverzekering niet uit.
Moet je je eigen AOV nu aanpassen
Nee, zegt De Zaak, en dat ben ik met ze eens. Er komt een mogelijkheid om je af te melden als je zelf een AOV hebt. Je polis mag dan vaak blijven, als de wachttijd niet langer is dan 2 jaar en de uitkering doorloopt tot je AOW-leeftijd. Voor polissen van voor een nog onbekende peildatum gelden lichtere eisen.
Dat betekent wel dat je bij een nieuwe polis of een wijziging op twee dingen let. Kies geen wachttijd van langer dan 2 jaar, ook al is de premie dan lager. En laat de uitkering doorlopen tot je AOW-leeftijd, niet tot je 60e of 65e. Dan voldoe je straks waarschijnlijk aan de eisen om de basisverzekering te mogen laten lopen, en houd je de dekking voor je eigen beroep.
Zit je in een broodfonds, dan geeft dat volgens De Zaak geen vrijstelling. Een broodfonds keert maximaal 2 jaar uit, en kan dus wel de wachttijd overbruggen. Wie nu niets heeft en een AOV te duur vindt, kan daar beginnen. Hoe je kiest als het geld krap is, lees je in ons stuk over wat je eerst regelt zonder geld voor pensioen en verzekering.
De koppeling met de Zelfstandigenwet
De twee wetten staan los van elkaar, maar raken elkaar op een punt. Voor de veilige haven van de Zelfstandigenwet moet je jaarlijks een minimumbedrag besteden aan voorzieningen. Minister Aartsen zei in oktober tegen ZiPconomy dat de premie voor de verplichte AOV daarin mag meetellen. Een eigen AOV telt ook mee.
Voor een dga geldt de verplichting niet. Wil je je als dga verzekeren, dan kies je zelf tussen een polis privé of via de bv. Voor alle anderen geldt dat er tot 2030 niets moet, maar dat een polis die je nu afsluit, al rekening kan houden met wat er komt.
