Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
ondernemen

Angst remt opdrachtgevers meer dan de zzp-regels zelf: zo stel je ze gerust

Een zelfstandige en een opdrachtgever bespreken documenten aan een vergadertafel

De Zelfstandigenwet is nog niet eens aangenomen, en toch hoor ik van zzp’ers dat opdrachtgevers nu al aarzelen. Een opdracht wordt uitgesteld, een samenwerking loopt niet door, of de vraag komt of je niet via een bureau kunt werken. Arbeidsrechtjurist Bastiaan van Rossum noemde de kern daarvan scherp in Accountancy Vanmorgen op 5 oktober 2026. Het grootste probleem is volgens hem niet een gebrek aan regels, maar angst. Daar kun je als zelfstandige iets mee, want angst neem je weg met duidelijkheid, en die duidelijkheid kun je zelf aanleveren.

Wat de jurist precies zegt

Van Rossum ziet in zijn praktijk regelmatig organisaties die uit voorzorg helemaal stoppen met zzp’ers. Dat terwijl het wetsvoorstel juist een veilige haven moet bieden voor zelfstandigen die aan zowel de zelfstandigentoets als de werkrelatietoets voldoen. Hoe die twee toetsen werken, lees je in mijn eerdere stuk over wat de Zelfstandigenwet verandert.

Zijn belangrijkste punt is er een dat in de berichtgeving makkelijk wegvalt. De nieuwe wet vervangt het huidige beoordelingskader niet, maar voegt er een extra route naar zekerheid aan toe. Voldoe je niet aan alle voorwaarden, dan ben je niet automatisch werknemer. Dan geldt gewoon de bestaande beoordeling van alle omstandigheden samen. Volgens Van Rossum weten organisaties “vaak meer dan ze denken, maar durven geen keuzes meer te maken”. Hij noemt angst, misinformatie en de vertaling van regels naar de praktijk als het echte knelpunt.

Daar ben ik het mee eens. Een opdrachtgever die twijfelt, mist zelden kennis over de wet. Hij mist vooral bewijs dat het in jouw geval goed zit. En dat bewijs heb jij grotendeels al in huis.

Wat je een twijfelende opdrachtgever laat zien

Ik zou als zzp’er een vaste set stukken klaar hebben liggen. Niet als dik dossier, maar als een paar pagina’s die je bij een kennismaking of een verlenging kunt delen. De zelfstandigentoets kijkt volgens het voorstel onder meer naar het aantal opdrachtgevers, je voorzieningen tegen ondernemersrisico’s en een ordentelijke bedrijfsvoering. Daar sluit deze lijst op aan.

  • Bewijs van je bedrijfsvoering. Een recent uittreksel van de KVK, je btw-nummer en een voorbeeld van een factuur die je zelf opstelt. Werk je nog vanaf je privérekening, regel dan eerst een zakelijke rekening.
  • Je klantenspreiding. Het voorstel vraagt minstens drie opdrachtgevers in het lopende en het vorige kalenderjaar. Je hoeft geen namen of bedragen te noemen. Een korte verklaring dat je dat aantal haalt, eventueel bevestigd door je boekhouder, is vaak genoeg.
  • Je verzekeringen en voorzieningen. Een polisblad van je beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en, als je die hebt, een overzicht van je arbeidsongeschiktheidsdekking en pensioenopbouw. Waar je op let bij aansprakelijkheid, schreef ik in het stuk over fouten maken als zzp’er.
  • Een opdrachtbevestiging die de werkrelatie beschrijft. Daarin staat dat jij bepaalt hoe je het werk aanpakt, waar en wanneer je werkt, en welk risico je zelf draagt. Denk aan een vaste prijs voor een resultaat, of herstel op eigen kosten als iets niet goed is.

Met die vier stukken haal je het gesprek weg van een vaag gevoel en breng je het naar iets wat de opdrachtgever kan nalopen. Wil je eerst zelf weten waar je staat, loop dan de vragen uit de zelfstandigentoets en werkrelatietoets door voordat je het gesprek aangaat.

De derdenverklaring, handig maar geen garantie

Van Rossum wijst ook op de vrijwillige derdenverklaring uit het voorstel. Daarbij beoordeelt een accountant of belastingadviseur of je aan de zelfstandigentoets voldoet. Het voordeel is dat je niet bij elke opdrachtgever je financiële gegevens op tafel hoeft te leggen. Wel krijgt die verklaring volgens het artikel geen wettelijke status en zijn de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie er niet aan gebonden.

Mijn advies is dan ook om de verklaring straks te zien als een nette samenvatting van je bewijs, niet als een vrijbrief. Vertel een opdrachtgever dat eerlijk. Wie overdrijft wat een papiertje waard is, wekt juist de argwaan die je wilt wegnemen.

Het contract is niet genoeg, de praktijk telt

Het onderdeel waar het in mijn ervaring het vaakst misgaat, zit niet in de stukken maar op de werkvloer. Van Rossum zegt het ook. Een zzp-beleid heeft weinig waarde als leidinggevenden vervolgens blijven werken zoals ze altijd deden. Een mooie opdrachtbevestiging helpt niet als je in de praktijk op het rooster van het team staat en dezelfde instructies krijgt als de collega’s in loondienst.

Bespreek daarom ook met je contactpersoon hoe de samenwerking er in de dagelijkse gang van zaken uitziet. Spreek af dat jullie werken met resultaten en deadlines in plaats van uren en aanwezigheid. Gebruik waar het kan je eigen spullen en je eigen werkwijze. Kom je toch in een situatie die op loondienst gaat lijken, kaart het dan zelf aan. Dat laat zien dat je de regels serieus neemt, en dat stelt een opdrachtgever vaak meer gerust dan welk document ook.

Waarom je hier nu al mee begint

De wet ligt sinds 1 oktober 2026 in internetconsultatie en moet volgens de planning op 1 januari 2028 ingaan. Dat lijkt ver weg, maar de zelfstandigentoets kijkt terug naar het vorige kalenderjaar. Wat je in 2027 doet, telt dus mee. Heb je een mening over het voorstel, dan kun je die nog geven. Hoe dat werkt, staat in mijn stuk over reageren op de consultatie.

Belangrijker vind ik dat je niet wacht tot een opdrachtgever zelf met vragen komt. Stuur je setje stukken mee bij een offerte of een verlenging, met een paar zinnen uitleg. De zelfstandige die rust brengt in een onrustige markt, is de zelfstandige die de opdracht krijgt. En wie twijfelt over een specifieke situatie, kan altijd een jurist of belastingadviseur laten meekijken, precies zoals Van Rossum ook aanraadt.