Huur je weleens uitzendkrachten in, of werk je met een bureau dat mensen aan je uitleent? Dan krijg je te maken met de Wtta, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Het is een van die wetten waarvan iedereen de afkorting kent en bijna niemand precies weet wat hij ervan moet doen. ZiPconomy zette op 29 september de vijf vragen op een rij die de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) het vaakst krijgt. Ik heb ze vertaald naar wat ze betekenen voor jou als ondernemer die personeel inleent.
De vijf vragen, kort beantwoord
1. Wat verandert er eigenlijk?
Straks mag alleen nog personeel uitlenen wie daarvoor een toelating of ontheffing heeft van de NAU. Iedereen die toelating aanvraagt, betaalt een waarborgsom. Volgens de NAU is dat 100.000 euro voor uitleners, voor startende uitleners de helft. De gedachte erachter is dat malafide bureaus, die onderbetalen of mensen slecht huisvesten, er zo niet meer tussen komen. Het geldt ook voor buitenlandse bureaus die in Nederland mensen uitlenen.
2. Welke data moet je onthouden?
| Datum | Wat er gebeurt |
|---|---|
| 1 januari 2027 | De Wtta gaat in |
| 1 juli 2027 | Het openbare register van de NAU gaat open, zodat je kunt nagaan wie is toegelaten |
| 1 januari 2028 | De handhaving begint en je mag alleen nog inlenen via een toegelaten of ontheven uitlener |
3. Wanneer is er geen toelating nodig?
Niet alles wat op inlenen lijkt, valt eronder. Besteed je werk uit, en werken de mensen wel bij jou maar onder leiding en toezicht van hun eigen werkgever, dan is het geen terbeschikkingstelling. Ook het uitlenen van een collega aan een ander bedrijf zonder winstopslag, dus alleen tegen de kosten, en uitlenen binnen hetzelfde concern vallen erbuiten. Daarnaast zijn er uitzonderingen voor onder meer sociale werkbedrijven, BBL-leerlingen en beveiligingsbedrijven met een vergunning.
4. Kan een bedrijf dat af en toe uitleent een ontheffing krijgen?
Ja, maar alleen als het aan drie voorwaarden tegelijk voldoet. Het leent minder dan 10 procent van zijn jaaromzet uit, heeft een omzet onder de 5 miljoen euro per jaar en kan laten zien dat het voor de aanvraag minstens twaalf maanden loon heeft betaald. Dat moet elk jaar opnieuw met een accountantsverklaring worden aangetoond.
5. Wat moet jij als inlener doen?
Vanaf 1 januari 2028 mag je alleen nog personeel inlenen van een uitlener die toegelaten is of een ontheffing heeft. En je moet vastleggen van welke uitlener iemand komt, voordat die persoon bij je aan het werk gaat. Dat is de kern, en die is eenvoudiger dan veel ondernemers denken.
Wat dit in de praktijk voor je betekent
Wie met een groot, bekend uitzendbureau werkt, hoeft zich weinig zorgen te maken. Die bureaus vragen hun toelating ruim op tijd aan. Het risico zit bij de kleinere partijen. Het bureautje dat al jaren betrouwbaar een paar mensen levert voor je magazijn, de onderaannemer die eigenlijk personeel uitleent, of de buurman die zijn medewerkers tegen een opslag bij jou laat werken. Die moeten allemaal toegelaten zijn, en het is jouw taak om dat te controleren.
Mijn advies is om nu al een lijstje te maken van iedereen die mensen bij jou laat werken, anders dan je eigen personeel. Vraag die partijen of ze hun toelating gaan aanvragen, en zet in je agenda dat je in juli 2027 in het register kijkt. Leg vast wie van welk bureau komt. Wie dat nu inbouwt, heeft er straks geen omkijken naar.
Wat er gebeurt als je het niet doet, staat niet in de antwoorden van de NAU. Wel is duidelijk dat de NAU vanaf 2028 gaat handhaven en dat de wet een bestuurlijke boete kent. Ik zou het niet willen uitproberen, zeker niet omdat je als inlener ook je naam verbindt aan de manier waarop mensen bij je werken.
Een goed moment om je inhuur tegen het licht te houden
De Wtta is ook een aanleiding om nog eens te kijken of de manier waarop je capaciteit inhuurt wel de goede is. Voor de ene klus is een uitzendkracht handig, voor de andere een zzp’er of een gedetacheerde vakkracht. De verschillen zet ik uiteen in tijdelijke capaciteit inhuren. Let op, voor een zzp’er geldt de Wtta niet op dezelfde manier, maar daar spelen weer de regels rond schijnzelfstandigheid.
Het goede nieuws is dat je er nog ruim een jaar voor hebt. Het slechte nieuws is dat een jaar in ondernemerstijd voorbij is voor je het weet.
