In Pijnacker-Nootdorp lijken hoteliers en andere verhuurders hun zin te krijgen. De toeristenbelasting ging daar begin dit jaar van 2,39 euro naar 6,20 euro per overnachting, ruim 2,5 keer zo hoog. Na een brief van lokale ondernemers aan de gemeenteraad stelt het gemeentebestuur nu voor om het bedrag met terugwerkende kracht te verlagen naar 4,30 euro, meldt het AD. De raad stemt er donderdag over.
Het is een lokaal verhaal, maar het laat goed zien hoe dit soort belastingen voor ondernemers uitpakt, en wat je eraan kunt doen.
Wie de verhoging eigenlijk betaalde
Toeristenbelasting is formeel een belasting voor de gast, maar de ondernemer int en draagt af. En daar zat het probleem. Een groot deel van de reserveringen voor dit jaar was al gemaakt en betaald toen de verhoging inging. Een hotel in Delfgauw betaalde het verschil daarom uit eigen zak. Bij latere boekingen werd een deel doorberekend, maar ook daar besloten de eigenaren de gast niet het volle bedrag te laten betalen, zegt mede-eigenaar Mike van Bemmelen tegen het AD. Van de stijging van 3,81 euro per nacht kwam 3,10 euro voor rekening van het hotel.
Daar komt bij dat de btw op hotelovernachtingen per 1 januari van 9 naar 21 procent ging. Volgens Van Bemmelen maakte dat een overnachting al zo’n 20 euro duurder, en daalde de bezetting door beide verhogingen samen met zeker 10 procent. Dat is precies het effect dat we eerder zagen bij vakantieparken en b&b’s. Een ondernemer kan maar een beperkt deel van zo’n stapeling doorberekenen voordat gasten wegblijven.
Wat dit voorbeeld leert
Het verlagen kost de gemeente naar schatting 171.000 euro aan inkomsten, en het is nog niet duidelijk hoe dat gat wordt gedekt. Dat is ook de kritiek van een deel van de raad. Maar de ondernemers hebben bereikt dat het tarief weer in de buurt komt van buurgemeente Delft, waar het 4,50 euro is. Volgens het AD noemde de hotelier de verlaging een heel aanzienlijk deel, en is hij vooral blij dat er naar ondernemers is geluisterd.
Wat ik daar vooral uit haal, is dat lokale belastingen beter te beïnvloeden zijn dan landelijke. Een gemeenteraad is klein, raadsleden zijn bereikbaar, en een gezamenlijke brief met concrete cijfers over bezetting en omzet maakt indruk. De lokale horecavereniging of ondernemersvereniging kan daarbij helpen, net als de afdeling van Koninklijke Horeca Nederland.
Zo praat je mee over lokale belastingen
De tarieven voor volgend jaar worden in de meeste gemeenten in november en december vastgesteld, bij de begroting. Wil je invloed hebben, dan is dat het moment. Kijk op de site van je gemeente wanneer de raad of de commissie over de belastingverordeningen praat, en meld je aan om in te spreken. Vijf minuten met je eigen cijfers zegt raadsleden vaak meer dan een algemeen bezwaar.
Ben je het oneens met een aanslag die je al hebt gekregen, dan kun je binnen zes weken bezwaar maken bij de gemeente. Dat helpt alleen als de aanslag niet klopt met de verordening, bijvoorbeeld omdat het aantal overnachtingen te hoog is ingeschat. Tegen de hoogte van het tarief zelf kun je met een bezwaar weinig, want dat heeft de raad bepaald. Hetzelfde zagen we bij de ozb-opslag voor ondernemers, waar de gemeente juist niet kon teruggeven wat ondernemers vonden dat te veel was.
Verhuur je kamers, een b&b of vakantiewoning, zet de toeristenbelasting dan bovendien apart op je boekingsbevestiging. Dan kun je een tariefwijziging aan de gast doorgeven zonder dat je je kamerprijs hoeft aan te passen, en weet de gast waar het geld heen gaat.
