Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
financieel

Zelfstandigenaftrek: wanneer heb je er recht op en wat levert hij nog op

Zelfstandige ondernemer werkt aan zijn belastingaangifte op een laptop

De zelfstandigenaftrek was jarenlang hét fiscale argument om voor jezelf te beginnen. Dat beeld klopt niet meer. De aftrek wordt elk jaar kleiner en levert in 2026 nog maar een fractie op van wat hij ooit was. Toch is hij voor veel ondernemers in de inkomstenbelasting nog steeds de moeite waard, mits je er recht op hebt. En precies daar twijfelen veel starters over. Hieronder lees je wie de aftrek krijgt, hoeveel hij nog oplevert en wat er de komende jaren verandert.

Wanneer heb je recht op de zelfstandigenaftrek

Volgens de Belastingdienst krijg je de zelfstandigenaftrek als je aan drie voorwaarden voldoet.

  • Je bent ondernemer voor de inkomstenbelasting. Je hebt dus een eenmanszaak of zit in een vof of maatschap, en de Belastingdienst ziet je activiteiten als onderneming en niet als hobby of als resultaat uit overig werk.
  • Je voldoet aan het urencriterium. Dat betekent minstens 1.225 uur per jaar aan je onderneming werken.
  • Je bent geen medegerechtigde. Wie alleen meedeelt in de winst zonder zelf ondernemer te zijn, krijgt over die winst geen zelfstandigenaftrek.

Het urencriterium is waar het in de praktijk meestal om draait. Niet alleen declarabele uren tellen mee, ook acquisitie, administratie en het bijhouden van je vak. Hoe je die uren bijhoudt en welke wel en niet meetellen, lees je in ons stuk over het urencriterium voor zzp’ers. Mijn ervaring is dat starters vaker aan de 1.225 uur komen dan ze denken, maar het niet kunnen aantonen omdat ze niets hebben opgeschreven.

Heb je aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd bereikt, dan krijg je de helft van het normale bedrag.

Hoeveel de aftrek nog is

De aftrek is in een paar jaar flink gekrompen. Volgens Ondernemersplein was hij 2.470 euro in 2025, is hij 1.200 euro in 2026 en wordt hij 900 euro in 2027. Die laatste verlaging is al wet, het is de voortzetting van een afbouw die eerder is besloten om het belastingverschil tussen zelfstandigen en werknemers kleiner te maken.

Daar komt bij dat het belastingvoordeel beperkt is. In 2026 bereken je het voordeel van de aftrek tegen 37,56 procent, ook als je in een hogere schijf valt. Een grove rekensom laat zien wat dat betekent. Een aftrek van 1.200 euro tegen 37,56 procent scheelt je ongeveer 450 euro belasting, en door de manier waarop de mkb-winstvrijstelling daarna wordt berekend, is het werkelijke voordeel nog iets lager.

Eerlijk gezegd vind ik dat ondernemers dit bedrag niet meer moeten meetellen in de vraag of zelfstandig ondernemen loont. Het is een mooie bijkomstigheid, geen fundament.

Als je winst lager is dan de aftrek

De zelfstandigenaftrek mag niet hoger zijn dan je winst vóór ondernemersaftrek. Maak je in een jaar 800 euro winst, dan trek je ook maar 800 euro af. Het deel dat je niet kon gebruiken, de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, gaat niet verloren. Je mag het de volgende negen jaar verrekenen, in jaren waarin je winst hoger is dan de aftrek van dat jaar.

Let wel op. Het bedrag staat op je aanslagbiljet, maar je moet het zelf bijhouden en zelf invullen in je aangifte. Dat gebeurt niet automatisch. Dit is een post die ik boekhouders vaak zie vergeten, juist bij ondernemers die na een paar magere startjaren eindelijk goed draaien.

De startersaftrek en wat ermee gebeurt

Ben je net begonnen, dan komt er een startersaftrek bovenop de zelfstandigenaftrek. In 2026 is dat 2.123 euro. Je krijgt hem maximaal drie keer in de eerste vijf jaar, als je in de vijf jaar ervoor niet elk jaar ondernemer was en de zelfstandigenaftrek in die periode hooguit twee keer hebt gebruikt. Een voordeel van de startersaftrek is dat de beperking tot je winst dan niet geldt. Je mag de volledige aftrek gebruiken, ook als je daardoor op een verlies uitkomt dat je met ander inkomen of in andere jaren kunt verrekenen.

Die regeling staat op de tocht. In de factsheets bij het Belastingplan 2027 stelt het kabinet voor de startersaftrek per 1 januari 2027 te verlagen van 2.123 naar 10 euro en hem per 1 januari 2028 af te schaffen. Dat is een voorstel, de Tweede en Eerste Kamer moeten er nog over stemmen. Maar wie nu start en op de startersaftrek rekent voor zijn eerste jaren, doet er goed aan daar niet te vast op te bouwen.

Wat je nu kunt doen

Een paar praktische stappen voor de rest van 2026.

  • Tel je uren. Zit je rond de 1.225 uur, houd dan tot het eind van het jaar een urenregistratie bij die een controle doorstaat. Een agenda met omschrijvingen is genoeg, een schatting achteraf niet.
  • Check je voorlopige aanslag. Is daarin gerekend met de zelfstandigenaftrek terwijl je het urencriterium niet haalt, of andersom, pas hem dan aan. Hoe dat werkt, lees je in ons stuk over je voorlopige aanslag aanpassen.
  • Zoek je oude aanslagen erbij. Staat daar niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek op, noteer dan het bedrag en het jaar, zodat je het verrekent zodra je winst het toelaat.
  • Kijk verder dan de aftrek. Draait je bedrijf goed en worden de ondernemersfaciliteiten steeds kleiner, dan kan de vraag of een bv beter past opnieuw interessant worden. Daarover schreven we eerder in eenmanszaak omzetten naar een bv.

De zelfstandigenaftrek is kleiner dan ooit, maar laat hem niet liggen. Het gaat om een paar honderd euro per jaar, en dat geld krijg je alleen als je je uren op orde hebt.