De zelfstandigenaftrek gaat op 1 januari 2027 weer omlaag, van 1.200 naar 900 euro. Dat ligt al vast in de wet. Voor starters is de stap veel groter, want het kabinet wil de startersaftrek terugbrengen van 2.123 euro naar 10 euro. Welingelichte Kringen zette vandaag op een rij wat dat in euro’s betekent. Wie de aftrek zelf en de voorwaarden wil kennen, vindt die in ons basisstuk over de zelfstandigenaftrek. Hier gaat het om de optelsom voor volgend jaar, en om wat je er dit jaar nog aan kunt doen.
De optelsom
De volgorde van de berekening is belangrijk. Eerst gaat de ondernemersaftrek van je winst af, dus zelfstandigenaftrek en eventueel startersaftrek. Over wat overblijft krijg je de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent, en die blijft in 2027 gelijk. Elke euro aftrek die verdwijnt, maakt je belastbare winst dus niet een euro maar 87,3 cent hoger.
| 2026 | 2027 | Belastbare winst hoger met | |
|---|---|---|---|
| Zelfstandigenaftrek | 1.200 euro | 900 euro | ongeveer 262 euro |
| Zelfstandigenaftrek plus startersaftrek | 3.323 euro | 910 euro (voorstel) | ongeveer 2.106 euro |
Welingelichte Kringen rekent het voorbeeld door voor een zzp’er met 60.000 euro winst. Zonder startersaftrek kost de verlaging dan ruim 100 euro per jaar aan inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw samen. Met startersaftrek loopt het op tot ruim 900 euro.
Wat in dat voorbeeld niet direct opvalt, is dat de stijging van je belastbare winst niet afhangt van hoeveel je verdient. Of je nu 30.000 of 90.000 euro winst maakt, er komt steeds ongeveer 262 euro bij, zolang je winst hoger is dan de aftrek. Voor wie weinig verdient, weegt dat relatief dus het zwaarst. Ik vind dat het eerlijke verhaal achter de afbouw. Het gaat per persoon om bescheiden bedragen, maar ze vallen het hardst bij de kleinste zelfstandigen.
Dan de bijdrage Zvw. Die stijgt in 2027 naar 5,02 procent, en wordt ook berekend over die hogere winst. Wat dat los van de aftrek kost, staat in ons stuk over de bijdrage Zvw in 2027.
Starters hebben nog tot 31 december
De startersaftrek krijg je maximaal drie keer in de eerste vijf jaar, als je aan het urencriterium voldoet. Gaat het voorstel door, dan is 2026 het laatste jaar met het volle bedrag van 2.123 euro. Ben je de afgelopen jaren begonnen en heb je de startersaftrek nog geen drie keer gehad, kijk dan nu of je in 2026 aan de 1.225 uur komt. Een jaar waarin je net onder de grens blijft, levert straks niet meer op wat het nu nog oplevert.
Het voorstel ligt nog bij de Tweede en Eerste Kamer, en het belastingplan ligt al onder vuur. Wat er nu precies op tafel ligt, lees je in ons stuk over het Belastingplan 2027. Ga er voor je planning toch maar van uit dat de verlaging doorgaat. Meevallen is beter dan tegenvallen.
Wat je nu al doet
Het eerste is je urenadministratie. Zonder bewijs van 1.225 uur geen zelfstandigenaftrek, en dus ook geen startersaftrek. Schrijf de rest van het jaar je uren bij, ook acquisitie, administratie en bijscholing. Welke uren meetellen, lees je in ons stuk over het urencriterium.
Het tweede is je voorlopige aanslag voor 2027. Die is vaak gebaseerd op een eerder jaar, met de oude aftrek. Komt hij in het voorjaar binnen, kijk dan of de bedragen nog kloppen en pas hem aan als dat nodig is. Zo voorkom je een bijbetaling over 2027 die pas in 2028 komt.
Het derde is weten wat je nog tegoed hebt. Was je winst in een eerder jaar lager dan je zelfstandigenaftrek, dan heb je een stuk niet gebruikt. Dat bedrag mag je in latere jaren alsnog verrekenen, maar je moet het zelf bijhouden en invullen. Juist nu de aftrek per jaar kleiner wordt, is dat oude saldo naar verhouding meer waard.
Wat ik niet zou doen, is beslissingen laten afhangen van deze verlaging alleen. Een paar honderd euro verschil per jaar is geen reden om een investering te verschuiven of je rechtsvorm om te gooien. Het is wel een reden om je tarief nog eens tegen het licht te houden, want die kosten moet je ergens terugverdienen.
