Naar de inhoud
Onafhankelijk uitgezocht voor ondernemersHelder vergeleken, praktisch uitgelegd
thebusinesslife
financieel

AOV als zzp-er: wat een arbeidsongeschiktheidsverzekering je oplevert

Zelfstandig ondernemer aan het werk in een kleine werkplaats

Als zzp-er ben je zelf je vangnet. Word je langdurig ziek of raak je door een ongeluk arbeidsongeschikt, dan valt je inkomen weg en is er geen werkgever die het loon doorbetaalt. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering, kortweg AOV, vangt dat op. Maar wat levert zo’n verzekering je eigenlijk op, welke keuzes bepalen hoe goed je gedekt bent, en wat zijn de alternatieven? En wat betekent de verplichte basisverzekering die eraan komt voor de keuze die je nu maakt?

Wat een AOV je oplevert

Een AOV keert een maandelijks bedrag uit als je door ziekte of een ongeval niet of minder kunt werken. Dat bedrag vervangt een deel van je inkomen, zodat je vaste lasten en privé-uitgaven doorlopen terwijl je herstelt. Volgens KVK is de premie in de regel aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De uitkering zelf is dan wel belast.

Het grootste voordeel is zekerheid op lange termijn. Een goede AOV loopt door tot een vooraf gekozen eindleeftijd, vaak tot aan je AOW-leeftijd. Dat onderscheidt hem van de meeste alternatieven, die na een paar jaar stoppen. KVK wijst erop dat een flink deel van de zelfstandigen niets heeft geregeld voor het geval ze arbeidsongeschikt raken. Dat vind ik zorgelijk, want juist een lange uitval kan een eenmanszaak de kop kosten.

De keuzes die je dekking bepalen

Twee AOV’s met dezelfde naam kunnen heel verschillend uitpakken. Deze knoppen bepalen wat je straks echt krijgt.

Wachttijd

De wachttijd (ook eigenrisicoperiode genoemd) is de periode tussen het moment dat je ziek wordt en de eerste uitkering. Hoe langer die is, hoe lager de premie, maar hoe langer je zelf moet overbruggen. Kies je een lange wachttijd, zorg dan dat je een buffer hebt die die periode echt dekt. Reken niet met je omzet, maar met wat je privé nodig hebt plus de vaste kosten van je bedrijf die doorlopen.

Verzekerd bedrag

Je verzekert een jaarbedrag dat je bij volledige arbeidsongeschiktheid krijgt. Verzekeraars hanteren een maximum dat is gekoppeld aan je inkomen, zodat je niet meer verzekert dan je verdient. Het is verleidelijk om laag te verzekeren om de premie te drukken, maar kijk eerst wat je per maand minimaal nodig hebt. Vergeet ook niet het bedrag af en toe aan te passen als je inkomen stijgt.

Beroeps- of passende arbeid

Dit is misschien wel de belangrijkste keuze. Bij een beroepsarbeidsongeschiktheidsdekking kijkt de verzekeraar of je je eigen beroep nog kunt uitoefenen. Bij een dekking op basis van passende of gangbare arbeid kijkt hij of je ander werk kunt doen dat bij je opleiding en ervaring past. Een timmerman met een rugblessure die nog wel achter een bureau kan werken, krijgt bij de eerste vorm wel een uitkering en bij de tweede mogelijk niet. Beroepsdekking is ruimer, en daardoor duurder.

Eindleeftijd

Tot welke leeftijd loopt de verzekering? Een lagere eindleeftijd verlaagt de premie, maar laat je juist in de jaren waarin het risico op uitval stijgt onverzekerd. Wie de verzekering wil laten aansluiten op de AOW, kiest een eindleeftijd die daar zo dicht mogelijk bij ligt.

Alternatieven voor een AOV

Een AOV is niet de enige manier om je te beschermen, en niet voor iedereen de beste. Dit zijn de bekendste alternatieven.

  • Broodfonds. Een groep van ongeveer 20 tot 50 ondernemers die elkaar bij ziekte maandelijks een schenking geven, gefinancierd uit wat iedereen inlegt. Begin oktober 2026 meldt Broodfonds ruim 31.000 deelnemende ondernemers. De steun loopt maximaal twee jaar.
  • Schenkkring of crowdsurance. Varianten op hetzelfde idee, soms landelijk georganiseerd en zonder verplichte bijeenkomsten. Ook hier is de duur beperkt.
  • Vrijwillige verzekering bij UWV. Ben je net uit loondienst gestapt, dan kun je je binnen 13 weken vrijwillig bij UWV verzekeren.
  • Zelf sparen. Een buffer werkt goed voor korte uitval, maar raakt snel leeg bij een lange ziekte.

Een broodfonds of schenkkring is vooral een oplossing voor de eerste twee jaar. Daarom kiezen veel zzp-ers voor een combinatie, zoals een broodfonds voor de eerste periode en een AOV met een lange wachttijd voor de jaren daarna. Dat vind ik voor veel starters een verstandige middenweg.

De verplichte basisverzekering die eraan komt

Het kabinet werkt aan een verplichte Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen. Volgens de Rijksoverheid (13 maart 2026) keert die tot de AOW-leeftijd uit, met een maximum op het niveau van het wettelijk minimumloon en een wachttijd van twee jaar. Directeur-grootaandeelhouders vallen erbuiten. KVK houdt rekening met invoering in 2030, maar schrijft ook dat de regels en het moment nog niet vaststaan.

Voor je keuze van nu betekent dat twee dingen. Ten eerste is de basisverzekering echt een basis, met een uitkering rond het minimumloon en een lange wachttijd die je zelf moet overbruggen. Wie meer verdient en zijn levensstandaard wil beschermen, heeft ook straks een aanvullende oplossing nodig. Ten tweede komt er volgens de uitleg van KVK een mogelijkheid om je met een private verzekering af te melden, mits die minstens dezelfde dekking biedt. Sluit je nu een AOV af, let dan op dat die tot de AOW-leeftijd loopt en een wachttijd van hooguit twee jaar heeft. Dan heb je de beste kans dat je hem straks kunt houden. Wat de Zelfstandigenwet verder voor je betekent, lees je in ons overzicht van de Zelfstandigenwet.

Zo maak je de keuze

Begin met de vraag hoe lang je zonder inkomen kunt. Dat bepaalt je wachttijd. Bereken daarna wat je per maand nodig hebt, want dat bepaalt het verzekerde bedrag. Kijk dan naar je beroep. Ben je sterk afhankelijk van je lichaam of van een specifieke vaardigheid, dan weegt beroepsdekking zwaarder. Vraag offertes bij meerdere verzekeraars en vergelijk ze op deze punten, niet alleen op de premie. En lees de uitsluitingen goed, want wat er niet gedekt is, staat vaak in de kleine letters.